Historische Vertelsels - Geschiedenis van de Lage Landen

De Gouden 16e eeuw van Antwerpen – hoe een stadje aan de Schelde een handelsmetropool werd | Reeks: special

Gids53

 In deze extra aflevering neem ik je mee door de aanloop naar de Gouden Eeuw van Antwerpen: waarom de stad vanaf de late 15e en vooral in de 16e eeuw zo sterk groeit. Je hoort hoe politieke grenzen, handelsroutes en markten verschuiven, waarom Engels laken en de foren van Brabant Antwerpen een voordeel geven, en hoe de komst van de Portugezen met specerijen en de aanwezigheid van Zuid-Duitse metaalhandel de economie versnellen. Zo wordt Antwerpen het decor waar zoveel figuren uit deze podcast opduiken: van Ortelius en Plantin over Filips van Marnix tot en met Maria Pijpelinckx (en vele anderen). En oh ja, ooit was Antwerpen zelf de parking! Veel luisterplezier.

Volg de podcast en krijg automatische updates!
@luisteraars op Spotify en Apple Podcast: en rating of review wordt zeer sterk geapprecieerd.
Alle artwork is AI generated.


Hallo iedereen, een hele poos geleden schreef ik een verhaal over hoe Antwerpen van een dorpje aan de Schelde in de 16e eeuw uitgroeide tot een wereldstad. Het was bedoeld als een intro bij een van de grote vertelsels over de Gouden Eeuw van de stad, alleen was het schrijfsel té lang om het op die manier te gebruiken. Dus bleef het liggen… maar met Kerst in aantocht, zo dacht ik, is het tijd voor een kadootje. Want je kan dit verhaal makkelijk koppelen aan de reeks over Marnix van Sint Aldegonde, Ortelius en zeker ook het vertelsel over Maria Pijpelinckx. En ik denk dat er nog wel gelegenheden komen om dit verhaal weer van het schap, allez, uit uw telefoon te halen. Welkom in het Antwerpen van net na de geboorte van Christus, da’s logisch… want dat is waar het allemaal is begonnen en zo is er ook direct een link met de Kersmisse. 

Weet u nog dat de ouders van Maria Pijpelinckx naar Antwerpen waren gekomen om economische redenen. Of herinnert u zich nog de familie van Abraham Ortelius? Idem dito… En drukker Christophe Plantin? En de ouders van Pieter Brueghel de Oude? Ik kan nog wel even doorgaan hoor. Er waren er zovelen die vanaf de late 15e en vooral de eerste helft van de 16e eeuw naar Antwerpen trokken om hun geluk te beproeven; een aantal onder hen zou ook echt fortuin maken. Iedereen wilde een graantje meepikken van de enorme economische boost en bijhorende welvaart van een stad die bij wijze van spreken vanuit het niets ineens naar het financiële walhalla was geschoten. 
Was dat toeval? Natuurlijk niet, Antwerpen werd groot door een hele reeks gebeurtenissen, door een proces dat eeuwen had geduurd. En plots viel alles op zijn plaats op het einde van de 15e eeuw en werd de stad dé handelsmetropool van Noordwest Europa. 

Ik neem u dus mee - terug de tijd in - naar het begin van onze jaartelling. Wat nu Vlaanderen is, was toen een moerassig en verlaten gebied dat net door Julius Caesar was veroverd en bij het steeds groeiende Romeinse Rijk was gevoegd. Het was een grenszone, want aan de overkant van de grote rivieren (Schelde, Maas, Rijn), woonden de Germanen, de woeste, niets ontziende en bloeddorstige barbaren, waar elke rechtschapen Romein voor in zijn broek deed (al had die dat niet altijd aan)! Er werden legerkampen gebouwd om de grens te verdedigen… en daar, rond zo’n kamp, liggen de roots van Antwerpen! Het was waarschijnlijk niet meer dan een dorpje van hutjes dat leefde van de handel met en onder bescherming van het kamp. Daar wast dus allemaal begonnen. Denk maar aan Brabo, Antigoon… handen wegwerpen enzo… nee, stop, (scratch in de muziek) die legendarische toer ga ik niet op gaan, daar moet u zelf maar eens achter snollen. 
Ikzelf spring een paar honderd jaar vooruit in de tijd. In de donkere middeleeuwen - die dus verrevan donker waren - woonden er nog steeds enkele boeren en vissers in de nederzetting aan de Schelde. Het was zelfs een bescheiden haventje geworden dat zich in de 8e eeuw ontwikkelde tot een noordzeehaven omdat de Friezen hier handel kwamen drijven met hun Fries laken. En dat laken, dat wollen goed, zou van vitaal belang worden. 

De Lage Landers hadden zich sinds lang gespecialiseerd in het maken van laken en waren beroemd geworden om die know how; het werd het exportproduct van onze regio. Na het uiteenvallen van het Frankische rijk en de verwoestende invallen van de Noormannen, ontstonden er zelfstandige vorstendommen in onze contreien… En de Schelde werd de grens tussen 2 van die mini-koninkrijkjes: het graafschap Vlaanderen aan de westkant (deel van Franse kroon), en het hertogdom Brabant - deel van het grote Duitse Rijk - aan de oostkant. En Antwerpen lag daar, puur toevallig, op een zeer interessante plaats, midden tussen die twee. Omdat het stadje op de rechteroever van de rivier lag, behoorde het tot het Heilige Roomse Rijk. Het won aan belang omdat het de hoofdplaats werd van een Mark, een militaire bufferzone tussen Frankrijk en Duitsland. Er kwam een markgraaf in Antwerpen te zetelen. 

Door jaren van politieke instabiliteit, twisten en plunderingen had de handel in de Lage Landen best wat klappen gekregen; maar er was beterschap op komst. Toen die Rosse langbaardige Scandinaven met hun vreemde boten eindelijk weg waren, begon de revival in de 11e eeuw. De Vlamingen namen als eersten de plaats in van de verdwenen Friezen. Hun belangrijkste handelsproduct? Juist ja, laken. De kwaliteit was zo hoog dat het zelfs de Arabische markten wist te bereiken. Dit succes creëerde een enorme vraag naar wol. Vanaf de twaalfde eeuw werd Engelse wol de belangrijkste grondstof en die werd massaal ingevoerd. Stilaan verschoof de handel ook. In plaats van zelf naar de buitenlandse markten te reizen, lieten de Vlaamse lakenhandelaars de buitenlandse kooplieden naar hen komen. De Vlaamse steden kwamen tot een enorme bloei: Ieper, Gent en natuurlijk Brugge dat het nieuwe epicentrum werd dankzij het Zwin en de toegang tot de Noordzee. De halve bekende wereld kwam naar Brugge om handel te drijven… en zo ook vanuit Duitsland. Over land, en dus los door Brabant, kwamen ze naar Vlaanderen. En die slimme Brabanders, hoofdzakelijk boeren, hadden al snel door dat ze beter ook luxelaken konden gaan maken… ipv aardappelen te kweken…. stilte… ik hoop dat u direct gealarmeerd was, beste luisteraar… nee, oei, ja, mooi zo, want er was hier nog geen patat te bespeuren, die moest nog ontdekt worden op het Amerikaans continent en Carolus Clusius, de befaamde botanist, was ook nog niet geboren.
Nu, het duurde niet lang of Brabant werd, naast Vlaanderen, een Europese marktleider in hoogstaand laken. En Antwerpen, hoor ik u denken? Hoe zat het daar mee? Wel, dat lag buiten de internationale handelsroutes. Het was een lokale havenstad die - jaja zeg maar gerust - een wat marginaal bestaan leidde als doorvoerhaven voor goederen van Zeeland en Holland naar het Brabantse achterland. Dus het verhaal van het stad en de parking is ooit ook wel anders geweest, aha, Antwerpen was toen de parking! Maar beste mensen van antwerpen die luisteren, no offence hé. Wie kan er zeggen dat Adam en Eva Antwaarps spraken… ha, enkel de sinjoren! 

En toen beste luisteraar, toen werd het crisis… altijd interessant om daarover te vertellen. We zijn in de 14e eeuw, en zoals zo vaak, was die crisis geen goed nieuws…, maar, en das ook dikwijls het geval, het onheil werd ook een keerpunt. Wat was er gaande? Awel, de Engelsen begonnen zelf hun fijne wol tot laken te maken door de Vlaamse lakenmakers over het Kanaal te halen. En dat laken maakten ze aan veel lagere prijzen.. ah ja, ze zaten aan de bron van het product, in Engeland liep het nl vol met schapen! Dat Engelse laken werd naar het Europese vasteland geëxporteerd… plots zaten de wevers en volders in de Lage Landen zonder werk… de rampspoed in de Vlaamse en Brabantse industriesteden was ongezien. De reactie was even voorspelbaar als zinloos: een boycot van de Engelse waar. En dan, ineens, als een duiveltje uit een doosje, was daar Antwerpen. Omdat de stad zelf geen textielindustrie van betekenis had, had ze geen grote groep heel boze wevers en volders in haar bevolking. De magistraat kon dus, zonder gevaar voor een lokale opstand, de deuren van haar jaarmarkten – de 'foren van Brabant' – wijd openzetten voor de Engelse Merchants Adventurers. De strategische ligging in het midden van de Lage Landen, de haven op de Schelde én het gebrek aan protectionistisme vanwege de lakenindustrie, maakten dat Antwerpen het voornaamste centrum voor de verkoop van Engels laken op het vasteland werd. Kwam daar nog bij dat - door de jarenlange moeilijke relatie van de Vlaamse steden - Gent en Brugge op kop - met de Habsburgse overheid, Antwerpen ook nog eens de rechten op de grote jaarmarkten kreeg toebedeeld. De verschuiving van de handel was compleet en heel plots. De Italiaanse, Hanzeatische en Spaanse handelaren verlieten Brugge en vestigden zich in Antwerpen. Zelfs de grote Zuid-Duitse firma's, die de koper- en zilverproductie van Midden-Europa controleerden, kwamen naar de stad. Antwerpen werkte zich op, terwijl Brugge onherroepelijk in verval raakte. Rond 1500 had de Scheldestad al 40.000 inwoners en was ze een van de - en misschien wel dé belangrijkste agglomeratie van de Lage Landen geworden. Maar daar stopte het niet…

24 augustus 1501. Enkele Portugese karvelen meren aan in Antwerpen, ze zijn beladen met specerijen uit Indië. Dit was geen toeval, maar een strategische keuze van de Portugese koning. Enkele jaren voordien had Vasco da Gama - door onder Afrika door te varen - de zeeweg naar Indië ontdekt voor de Europeanen. De Portugezen kozen bewust voor Antwerpen omdat ze enkel daar de nodige hoeveelheden zilver en koper konden vinden om de handel met Indië en Afrika te blijven bekostigen. En de Duitse leveranciers van al dat edelmetaal waren al in Antwerpen. Win win voor iedereen. En deze wederzijdse handel zorgde voor een explosieve groei. De Italianen, wiens specerijenmonopolie door de Portugezen was gebroken, gingen zich herpositioneren en voerden de export van zijde en zijdeproducten naar het Noorden serieus op. Ook de Engelse lakenhandel leidde tot een nieuw specialisme: Antwerpse vakmensen namen de afwerking van het Engelse laken over. En ineens, omdat ze de techniek toch kenden, gingen ook de boeren in Vlaanderen en Brabant zich gaan omscholen. Ipv zich op de wol te richten, gingen ze vlas produceren om linnen van te maken… linnen stoffen waren veel lichter en comfortabeler dan het zware laken.. de vraag was groot vanwege al die uitheemse handelaars, linnen was ideaal voor de nieuw ontdekte markten in veel warmere en vochtige gebieden. En de mode zou zich er ook aan aanpassen. Linnen hemden werden plots zichtbaar… in de verte zien we al de kanten kragen en mansjetten opdoemen aan het mode-firmament. 

De handel en dus ook de stad groeide en bloeide. Op een paar jaar tijd werd ze van een lokale jaarmarktstad een permanente, mondiale handelsmarkt. Ze trok inwijkelingen aan, van handelaars tot arbeiders, dokwerkers en mensen die diensten leverden allerhande. De sky was echt de limit voor zij die durfden de sprong te maken. Tot midden de 16e eeuw bleef de bevolking groeien, tot meer dan honderdduizend inwoners. Enkel Parijs en enkele Italiaanse steden waren nog groter… en velen deden gouden zaken. Denk maar aan de de ouders van Maria Pijpelinckx, zij kwamen op het ideale moment van het Hasseltse naar Antwerpen! Ze waren al geen sukkelaars als ze aan de Schelde arriveerden, maar door de vele rijke en superrijke inwoners van de stad, was de vraag naar luxegoederen naar advenant! En ze hadden een handel in tapijten… een extreem luxe-goedje tja, de zaak draaide als een tierelier!
De familie Ortels (Ortelius), Rubens, vader Breughel, Plantin, ga het rijtje maar af, zo goed als iedereen die ik de afgelopen reeksen over de 16e eeuw heb vernoemd, is op een of andere manier in Antwerpen terechtgekomen einde 15e en vroege 16e eeuw, vanwege de grote aantrekkingskracht - als een echte magneet - van de stad. 

De grote bloei zou aanhouden tot ongeveer de jaren vroege jaren 60 van de 16e eeuw. De centralisatiepolitiek van eerst Keizer Karel en later zoonlief Filips II én het verzet ertegen én de snelle opkomst van het calvinisme en de inquisitoire reactie daarop, zouden Antwerpen geen goed doen. Het economische verval werd ingezet, en de 80-jarige oorlog zou uiteindelijk het einde betekenen van de grote, voortvarende handelsmetropool aan de Schelde, Antwerpen genoemd. Het had eeuwen geduurd voor Antwerpen economisch en financieel belangrijk werd, op een paar decennia was de bloei voorbij… De aanworp aan de schelde, waar de naam Antwerpen van is afgeleid, zag met lede ogen toe hoe haar grote rivaal Amsterdam en vele andere hollandse steden in de 17e eeuw hún Gouden Eeuw beleefden. 

Voila beste luisteraar, een klein zijsprongetje om uit te leggen waarom Antwerpen net in de 15e en 16e eeuw uitgroeide tot een wereldhaven en zo een thuis werd voor heel wat mensen en figuren in de podcast. 

Hopelijk vond u het best nuttig en bij deze zeg ik, ciao, en tot de volgende !