Historische Vertelsels - Geschiedenis van de Lage Landen

Ortelius de cartograaf – de weg naar het Theatrum Orbis Terrarum (1550-1570) | Abraham Ortelius | Reeks 9 #E03

Gids 53 Season 9 Episode 3

In deze 3e episode zien we hoe Abraham Ortelius een echte cartograaf wordt in Antwerpen tussen 1550 en 1570. Zijn atelier (met zijn zussen) kleurt kaarten in en werkt ze af, in een stad die in het midden van de 16e eeuw tot een belangrijk centrum van kaartdruk en kaartverkoop uitgroeit. Maar Ortelius was een product van zijn tijd: er was al een zeer bedrijvige handel in kaarten in Europa: portolaankaarten, grote wandkaarten, Ptolemaeus-edities en Italiaanse kaartbundels. En dan volgt de kernvraag: waarom werd Ortelius de man van de “eerste moderne atlas”? Via Gillis Hooftman en uit de brieven van Joannes Radermacher blijkt dat Ortelius de eerste was die sleutel vond om van een kaartenbundel een verkoopbaar iets te maken, een echte uitgave, iets waar Gerard Mercator pas later in zou slagen. Het idee van de Theatrum Orbis Terrarum (1570) was geboren. Veel luisterplezier. Met heel veel dank aan Dr Roger Van der Linden en Marc Telders, collega-gidsen, dat ik hun stemmen weer eens mocht roven. 

Volg de podcast en krijg automatische updates!
@luisteraars op Spotify en Apple Podcast: en rating of review wordt zeer sterk geapprecieerd.
Alle artwork is AI generated.


Episode 3: Ortelius de Cartograaf

Hallo iedereen, welkom in de 3e episode over het leven van Abraham Ortelius. We hebben hem al leren kennen als ondernemer, als humanist, als autodidact, als verzamelaar van kaarten en allerhande rariteiten. Zijn Museum was beroemd tot ver buiten Antwerpen. In de vorige episode was hij vooral op studiereis overal in Europa of bezocht hij kennissen en vrienden in binnen- en buitenland. In deze aflevering neem ik jullie mee in de wereld van Ortelius, de cartograaf! Als kaartenmaker is hij beroemd geworden en dat vooral dankzij zijn Theatrum Orbis Terrarum, het Theater van de Wereld, de 1e atlas in de moderne zin van het woord. Maar hoe is dat bepalend werk tot stand gekomen en hoe moeten we dat vandaag interpreteren? Welkom dus in de jaren ‘60 van de 16e eeuw…

Om Ortelius zijn werk als cartograaf goed te evalueren, ga ik even kijken wat er rond hem, bij de concullega’s gebeurde op het vlak van het kaarten maken. U weet nog wel dat Abraham samen met zijn 2 zussen een atelier hadden waar ze kaarten van alle formaten, ook de allergrootste muurkaarten met waterverf inkleurden; ingekleurde kaarten waren echte luxe uitgaves. De afzetters voorzagen de kaarten ook van uniforme, goed leesbare teksten; ze werkten volgens de 4 kleurenstelling, een wiskundige stelling die zegt dat je slechts 4 kleuren nodig hebt, geel, groen, rood en blauw in hun geval, om aangrenzende landen in te kleuren zonder dat er 2 dezelfde kleur hebben! Het Ortels atelier werkte in de beginjaren veel voor de uitgeverij van Plantin. Nu in Antwerpen waren er op dat moment heel wat “afzetters van caerten” actief, ze waren lid van de Sint Lucasgilde en het straffe was dat die geen zelfstandig ondernemende vrouwen toelieten, alleen wel als ze afzetters waren. Het was een behoorlijk lucratieve business, zeker als je weet dat de Scheldestad rond het midden van de 16e eeuw mss wel het belangrijkste centrum van kaartproductie van Europa was geworden; ze had de Italianen van de troon gestoten! Er werkten dus ook heel wat graveurs voor de vele drukkers van kaarten. Naast Plantin, waren er bijv Arnold Nicolaï, Willem Sylvius, Jan Vrients en niet te vergeten Gillis Coppens van Diest. Onthoud deze naam beste luisteraar. 

Aan de bron van die hele kaartenbusiness, stonden de cartografen zelf, want iemand moest de kaarten wel tekenen natuurlijk. Ttv Ortelius waren er meerdere kaartenmakers werkzaam in Antwerpen. De bekendste zijn Hieronymus Cock en zeker Gerard de Jode; Ortelius had dus geen monopolie, verre van zelfs!

Kaarten in de 16e eeuw. In hoofdzaak was dat een gebruiksvoorwerp, men gebruikte een kaart om zicht te krijgen op een plaats, een gebied, een reis van A naar B… maar, er was toen ook een decoratief aspect verbonden aan kaarten; ze werden namelijk aan de muur gehangen, als een kunstvoorwerp; ze werden afgedrukt in boeken ter versiering enz.

Om het werk van Ortelius goed te kaderen, ben ik eens gaan kijken wat er zoal voorhanden was in zijn tijd. En wat was er voor hem?

Wel, ten eerste waren er de portolaan kaarten, zeekaarten gemaakt in de 13e eeuw door zeelui voor zeelui. Het waren getekende handschriften met gedetailleerde kustlijnen en vaarroutes tussen havens. Vaak bestonden er maar enkele van en blijven ze gereserveerd voor een klein clubje zeevaarders. 

Hetzelfde gold voor kaarten gemaakt met spionage doeleinden. Denk aan de vorige aflevering waar Breugel naar Zuid Italië ging. De late 15e en zeker de 16e eeuw, waren de eeuwen van ontdekkingen. Vooral de Portugezen en Spanjaarden waren heel actief zoals u weet. Zij maakten kaarten van hun nieuw ontdekte gebieden, maar hun nieuwe reiswegen hingen ze niet aan de grote klok, dat begrijpt u. Maar er was ook contraspionage vanwege de andere landen natuurlijk, de weg naar El Dorado wilde iedereen wel hebben of vinden. Al deze kaarten waren groot geheim natuurlijk. 

En dan waren de landkaarten, heel vaak van Italiaanse afkomst die grote delen van Europa beschreven; het waren vaak overheden die bestelden, zelfs de kerk. Soms zaten ze gebundeld in een map, waardoor ze lijken op ‘een moderne atlas’, maar in wezen hadden ze niks met elkaar te maken. Soms waren ze enorm groot en tooiden ze sjieke huizen en paleizen (keizer Karel V was er verzot op) en waren meer decoratief dan functioneel. De grootste adellijke paleizen hingen er soms vol mee. 

En dan was er nog het antieke handboek van de geografie, de Geografie van ouwe getrouwe Claudius Ptolemaeus, de Griek uit Alexandria (vandaag Caïro). Al bekend bij ons in de 13e eeuw, maar vooral in de 16e eeuw omdat de eerste Italiaanse en Duitse drukkers het werk uitgaven zo naar de Nederlanden brachten, kon dit werk op grote interesse rekenen in Humanistische kringen. Het kwam van de Grieken, was in een klassieke taal en het ging over de mens en over wetenschap… maar het werk is eigenlijk een geschreven boek waar kaarten bij in zitten als illustratie! Het was een soort hybride werk… Belangrijk voor ons verhaal is de uitgave van de Geographia Universalis, Vetus en Nova, de oude en de nieuwe… Novus omdat er nieuwere kaarten bij zaten, die in de 16e eeuw waren getekend. Een zekere Sebastian Münster gaf de eerste editie uit in Bazel in 1540. Er zouden nog heel wat herdrukken volgen,  de jaren die volgden alsook een Cosmographia, beschreibung aller Lender. Ortelius zou inspiratie vinden in dit werk.

Nu, de meer gefortuneerde middenklasse van Europa had noch de middelen, noch de plaats om overal in huis grote landkaarten tegen de muur te plakken. Maar ze hadden zeker en vast wel interesse in geografie en kaarten, maar dan moesten er kleinere uitvoeringen komen. En dat zou ook gaan gebeuren… In Italië ontwikkelde zich de techniek van de gravure; en het zouden Italiaanse graveurs zijn die vanaf de 16e eeuw de grote kaarten in kleinere versies zouden uitbrengen. Rond 1520 was de keuze in een Florentijnse boekenwinkel al behoorlijk groot, zelfs verschillende wereldkaarten - van de toen gekende wereld wel te verstaan - waren te koop. Via Duitsland, denk bijv weer aan de Buchmesse, waaide het fenomeen over naar de Nederlanden. En zo komen we terug bij Ortelius. In zijn winkel, die van zijn vader al zelfs, lagen er ook gegraveerde kaarten te wachten op een koper; hij ging ze zelfs inkleuren en verzamelen en hij trok Europa rond om de nieuwste exemplaren te vinden!

Maar was Ortelius nu echt ook de uitvinder van ‘s werelds eerste atlas? Jazeker, of euh misschien toch niet? Alles hangt af van hoe je kijkt naar het begrip atlas. Als een atlas gewoon een collectie van bestaande kaarten is, samengebonden in een boek of een kaft, dan zijn er wel degelijk precedenten geweest, te beginnen al met de hierboven beschreven boeken met samengebonden portolaankaarten. In Italië, en vooral in Rome, waren er zogenaamde ‘recueils’, kaarten van alle soorten, geprint en samengebonden in boekvorm op vraag van klanten. Michael Tramezini en wat later ook Antonia Lafreri, beide Romeinse uitgevers en drukkers, maakte dergelijke werken en verspreidde ze over Europa, tot bij ons toe, want Rademakers spreekt er over, hij bezat blijkbaar prototypes van die recueils.

In 1570, het jaar van de eerste Theatrum, print Lafreri nog een titelblad voor zijn verschillende kaartboeken. Het leest: Geographia / Tavole moderne di geografia / de la maggior parte del mondo /di diversi autori / Raccolte et messe secondo l’ordine / di tolomeo /…. enzvoort. Of anders gezegd, de Geografia, moderne geografische tafel (inhoudstafel), van het grootste deel van de wereld, van verschillende auteurs, samengezocht en samengesteld in opdracht, van de kaarten van Ptolemaeus tot…. dus hij zegt het zelf, hij heeft die kaarten bijeengezocht volgens de wensen van een koper… 

Maar dit type kaartboeken verschilde op 2 manieren van wat Ortelius zou gaan doen:

Ten eerste waren ze geen echte edities die op de markt werden gebracht, het was op vraag van klanten die bepaalden wat er juist in zat en ten tweede, er waren geen ondersteunende teksten; het waren kaarten, en da wast…

Het tegenovergestelde bestond natuurlijk ook, teksten, boeken dus met kaarten erin, ik heb er zonet al enkele aangehaald.

En ik voeg er graag nog eentje toe, een Antwerps voorbeeld zelfs. Weet je nog in de vorige aflevering van Ortelius, dat de Italiaanse koopman, Lodovico Guicciardini vol lof over Ortelius sprak? Wel, onze vriend hier bracht in 1567 bij Plantin een behoorlijk bekend boek uit, de descri… ; het werd gemaakt bijna onder de neus van Ortelius, en volgens de brieven van Plantin heeft Abraham zelfs meegewerkt aan de latere uitgaven van het werk. Wel, in die “toeristische gids” over de Nederlanden, zitten 15 herschaalde kaarten verwerkt, die extra duiding geven bij de teksten… (over Guicciardini en zijn boek moet je maar eens naar het Wist je datje luisteren over diene mens). Nu in humanistische kringen was tekst minstens even belangrijk, zij het niet belangrijker, dan beeld! De grote Mercator liep vanaf zijn jeugd blijkbaar al rond met het idee om een “beschrijving” van de wereld te maken… en u weet luisteraar dat Ortelius en Mercator elkaar goed kenden, ze waren zelfs samen op reis geweest, in de 2e episode vertelde ik er over. 

Dus wanneer Ortelius teksten begint toe te voegen aan zijn kaarten, deed hij iets nieuws en duurde het niet lang of hij kreeg de vraag of hij ze niet apart wilde uitgeven, zonder de kaarten.

In April 1574 schreef Caesar Orlandi vanuit Rome aan Ortelius: “ik ben verheugd te horen dat u de intentie heeft om de Synonymia Geographica apart uit te geven, zeker als daar dan nog alle prachtige teksten in verwerkt worden die achteraan op de kaarten van uw Theatrum staan gedrukt. Niet iedereen kan zich 10 kronen of meer veroorloven voor de Theatrum, maar zeker wel 1 of 2 aan uw essays of aan de Synonymia”... om maar te zeggen, men las hoe de wereld er uitzag. Ortelius zou de Synonymia uitgeven in 1578, het was het eerste geografische woordenboek; in 1587 kwam er een vervolg op de markt met de ronkende titel: Thesaurus Geographicus, een woordenboek vol namen en plaatsen uit de Oudheid. 

Ortelius had dus wel degelijk voorbeelden van kaarten en geografische beschrijvingen voor hij zijn befaamde Theatrum Orbis Terrarum samenstelde en uitbracht. En hij kende ze ook allemaal vanuit zijn winkel, zijn werk als afzetter, zijn eigen collectie en dankzij zijn netwerk van graveurs, wetenschappers en uitgevers. Maar waar haalde hij nu dat idee, wat was de incentive om geografie en cartografie in 1 boek te verenigen? En waarom was hij de eerste?  

Om dat uit te vissen, ga ik een aantal vrienden en kennissen van Ortelius aan het woord laten, te beginnen met het interessante verhaal van zijn Duitse vriend Joannes Radermacher of Rotarius. In een paar brieven aan Jacob Cool, de neef van Ortelius, legt Radermacher in het begin van de 17e eeuw uit van waar het concept van de Theatrum kwam. Van hemzelf namelijk! Herinnert u zich Gillis Hooftman nog, luisteraar? De steenrijke houthandelaar die een soort mecenas was voor Ortelius, die ook zijn reizen sponsorde op zoek naar kaarten voor hem.  Wel, Radermacher werkte voor hem en hij schrijft aan Cool: “de Orbis is eigenlijk gemaakt om de maritieme werkelijkheid te bestuderen voor Gillis Hooftman. Hij was ook zeer geïnteresseerd in geografische kaarten die hem toelieten, dankzij de kennis van plaatsen en afstanden, de kosten van zijn goederenvervoer te berekenen en mogelijke gevaren en obstakels in te schatten. Hij wilde ook de actuele oorlogen - vooral die met Frankrijk en Italië - op de voet kunnen volgen, op kaart, om zo te kunnen anticiperen waar het overal té gevaarlijk was. En omdat er elke dag wel iets gebeurde in de wereld, schafte hij zich zo veel mogelijk kaarten aan als mogelijk. Maar omdat hij geen tijd wilde verliezen, ontvouwde hij die grote kaarten dan aan tafel tijdens de maaltijd of een gesprek met klanten, en dat was niet zo handig met een dis vol spijzen en dranken. De meeste kaarten waren zo groot dat ze beter aan de muur werden gehangen. Daarom bedacht ik - Rademacher dus - een manier om dit ongemak te verhelpen: indien men de afmetingen van de gegevens op de kaarten reduceerde, kon men de kaarten, na ze opnieuw te hebben getekend, verzamelen in een boek dat men om het even waar zou kunnen raadplegen. Ik kreeg de opdracht die ik doorspeelde aan Ortelius, om uit Italië en Frankrijk de beste kaarten mee te brengen die op 1 vel papier waren gedrukt. Zo ontstond er een soort boek met 38 kaarten. En die bundel bleek bijzonder gemakkelijk te gebruiken, zowel voor mijn meester, op de tafel in zijn bureau of zijn kamer, als voor mezelf in mijn kleine werkkamer. En zo kwam Ortelius op het idee om de grote kaarten van de grootste auteurs te gaan verkleinen tot ze allemaal hetzelfde formaat hadden en op 1 blad papier konden worden getekend. 

In het jaar des Herens 1570 bracht hij ze samen in een band, 52 kaarten als ik me goed herinner, elk met de naam van de auteur en met een begeleidend commentaar!” Hooftman en Radermacher dus… Maar deze laatste was nog niet uitgeschreven, luister maar:

Bij mijn weten had Ortelius voordien zelf niet meer dan 3 kaarten uitgegeven: een kaart van Egypte, een kaart van Azië en een wereldkaart. En hoewel ik een beginneling was in het vak, vroeg hij me meermaals raad, zo bijv, als ik me niet vergis, vroeg hij naar de technieken om lijnen te tekenen die de vorm van een hart aannamen.” Die kaart van Egypte, da klopt, 1562, en herinnert u zich nog de wereldkaart in de vorm van een hart uit het verhaal van het huis van Liefde in de 1e episode? Wel, dat moet dus de kaart geweest zijn waar Radermacher het hier over heeft! De wereldkaart waarvan sprake, de Speculum, zou op zich al een enorme culturele invloed hebben: maar daarover straks nog meer. 

Hij schrijft verder: “Hij vroeg me ook advies over een methode om te grote afbeeldingen op kaarten tot een klein en eenvormig formaat te herleiden, en daarbij de verhoudingen en afstanden tussen de plaatsen die de auteurs van de kaarten hadden berekend, te behouden. Voor zijn project raadpleegde Ortelius "de grootste geleerden, in de eerste plaats de beroemde geograaf Gerard Mercator.” Dus Radermacher bevestigt hier zwart op wit de invloed van Mercator op de plannen van Ortelius voor zijn Theatrum. 

In een aanvullende brief van 1604, schrijft Radermacher ook nog aan Cool: ik heb de originele bundel kaarten van Hooftman ontvangen die als model gediend heeft voor Ortelius’ zijn Theatrum. Er zaten 38 kaarten in, vooral van de Romeinse drukker Michaelo Tramezimus en een grote keizerlijke kaart, door het vele gebruik tot op de draad versleten. De meeste van deze kaarten waren nog nooit uitgegeven in de Nederlanden. Er was zeker een wereldkaart bij, enkele kaarten van Europese gebieden en de kaarten van Ortelius zelf van Egypte, Tatarije en Afrika. De meeste waren niet helemaal afgewerkt, dus heeft Ortelius ze zelf nog ingekleurd. En u moet weten: ze waren veel mooier dan alle kaarten die toen bestonden; zo mooi dat iemand die deze kaarten ooit gezien had, enkel nog ingekleurde kaarten van Ortelius wilde kopen!”

Aha, interessant weetje, Ortelius en zijn atelier, zijn zussen dus, waren blijkbaar zeer goede afzetters, van een niveau dat er voor zorgde dat zijn winkel heel goed draaide en zeker de eerste jaren hem  van financiële armslag voorzag om de rest van zijn bezigheden te financieren!

De brieven van Radermacher geven zijn visie op hoe Ortelius aan zijn idee kwam van de Theatrum. Maar er is er nog een, eentje die heel lang heel populair is geweest. Volgens Walter Ghym, de biograaf en persoonlijke vriend van Mercator, was het echt wel Mercator zelf die met het concept kwam. Hij schrijft: “Hoewel hij lang voor Ortelius het idee opvatte om algemene en specifieke kaarten van de hele wereld uit te geven, hoe hij reeds lang kaarten kon verkleinen, hoe hij afstanden kon weergeven en hoe hij al veel voorbeelden getekend had, uit vriendschap voor Ortelius, zodat deze zijn carrière kon starten, liet hij Abraham eerst zijn Theatrum uitbrengen en voldoende vermogen opbouwen, alvorens zelf zijn eigen kaarten op de markt te brengen in kleinere herschaalde vorm.” Ghym stelt zelfs dat enkel nog maar de koperplaten dienden gemaakt te worden, zo kort bij de uitgave was Mercator al. 

Dit is heel waarschijnlijk een fabeltje. Dat Mercator in dezelfde richting aan het denken was, dat zal wel kloppen, maar dat hij een ‘cadeautje’ gedaan heeft, lijkt me sterk. 

 Dat beide heren, die elkaar heel goed kenden, veel over geografie en cartografie hebben uitgewisseld en misschien ook echt wel fysiek hebben samengewerkt, dat staat buiten kijf. 

Maar waarom is het dan juist wel Ortelius geweest die met de eerste moderne Atlas op de proppen kwam? Wel, het antwoord is niet zo simpel, maar laten we zeggen dat Ortelius de juiste man op de juiste plaats met de juiste skills was!

Hij was een autodidact, weet u nog? En hij ging daar enorm ver in, hij studeerde tot hij de beste in iets was! Geografie, geschiedenis, cartografie… zegt u het maar. Hij was ook al lang lid van de Sint Lucasgilde, dus hij kon meer dan behoorlijk tekenen en had hij een scherpe zin voor esthetiek! Als afzetter van kaarten had hij een enorm scherpe blik en oog voor de allerkleinste details. En hij was een extreem goed afzetter, heb ik net verteld, dus zijn ambachtelijke skills waren van een zeer hoog niveau. Vergeet ook niet dat hij als jongeman even gewerkt had bij een graveur en dat hij heel vertrouwd was met alles wat er in de drukkerswereld omging. Dus technisch gezien, was hij perfect in staat om de kaarten af te leveren voor een top publicatie!

Ortelius was ook zelf al meer dan 20 jaar een ondernemer: er was de zaak thuis en natuurlijk zijn Ortels atelier. Hij kende de kaartenbusiness in Antwerpen door en door! Hij kende de prijzen, hij kende zijn doelgroepen en hij was thuis in wat wij vandaag de marketing zouden noemen.

En, weer door zijn eruditie en netwerk van wiskundigen en geografen, hij had ook kaas gegeten van de wetenschappelijke kant van de zaak. Hij kon op een wiskundig correcte manier kaarten herschalen bijv! Hij was dan wel geen landmeter, geograaf of wiskundige pur sang, hij kende wel de beste kaarten uit Europa van de beste kaartenmakers. En met die kaarten ging hij aan de slag.  

Hij had ook al enkele kaarten zelf gemaakt en uitgegeven, gebaseerd op bestaande kaarten, denk maar aan de kaart van Egypte en de wereldkaart in de vorm van een hart waarvan ik reeds sprak. En hij had in 1563 al meegewerkt aan een wereldkaart met concullega Gerard de Jode.

En wat was de rol dan geweest van Gillis Hooftman? Wel, in 1568 heeft die eigenlijk een gat in de bestaande kaartenmarkt blootgelegd. Hij is bij zijn kennis Ortelius gaan aankloppen omdat die - ook voor hooftman zelf - al lang met kaarten en cartografie bezig was en hij heeft hem gevraagd om op een zo goedkoop mogelijk manier een boek, een bundel met kaarten op klein formaat te voorzien - de bewuste dummie van daarstraks. En wat bleek, de bundel met bestaande kaarten beantwoordde perfect de praktische besognes van Hooftman. En de ondernemer in Ortelius is in het gat gesprongen en heeft van de dummie een model gemaakt waarmee hij én op de kaartenmarkt iets kon doen én die hij in serieproductie kon lanceren zodat hij rond de Theatrum Orbis Terrarum een rendabel businessmodel kon bouwen. Met of zonder hulp van Hooftman. 

Maar hoe de 1e atlas er dan in werkelijkheid uitzag en wat het belang ervan zou worden voor Ortelius en zelfs voor onze Westerse geschiedenis, dat vertel ik u in een volgende episode over de Theatrum Orbis Terrarum en de rol van Ortelius in de cartografie van het 16e eeuwse Antwerpen en ver daarbuiten. Tot dan beste luisteraar, Ciao